zaterdag 13 augustus 2011

Tim droomt.

tekening van Franka Lidewij Nieswaag, 5 jaar.

Dromen jullie wel eens? Natuurlijk dromen jullie, want alle mensen dromen: kinderen en grote mensen, allemaal dromen ze.
Wisten jullie dat honden en poezen ook kunnen dromen? Ik denk dat poezen dromen over muizen en honden over katten, en misschien ook wel over hoe het zou zijn als je een mens was.
Dan zou de poes lekker zelf de kattenbrokjes kunnen pakken en zou de hond zichzelf uit kunnen laten zonder riem.
Maar dit verhaaltje gaat natuurlijk over Tim en ik wil jullie graag over een droom van Tim vertellen, want die zijn toch wel erg raar.
Luister maar: in de droom van Tim rijdt Tim in een piepklein autootje, helemaal gemaakt van fruit.
De wielen zijn gemaakt van kokosnoten, de auto zelf is gemaakt van appels en sinasappels, de stoeltjes zijn gemaakt van bananen en het stuur is gemaakt van een grote aardbei.
Dat sturen van de fruit-auto is erg moeilijk, want aan een aardbei kun je niet draaien,merkt Tim.
Tim's handen zitten helemaal onder de zachte, rode prut van die aardbei en Tim besluit dan ook om de aardbei helemaal op te eten.
Dan is het fruit-autootje stuurloos, maar dat geeft niks; opeens is het autootje toch een boot geworden, helemaal van karton en oude kranten gemaakt en hij zinkt dan ook onmiddellijk.
Tim zwemt nu onder water en hij ziet hele rare dingen: een paarse inktvis die in al zijn tentakels een pingpongbatje heeft en met zichzelf wel drie partijtjes pingpong tegelijk speelt.
Zelfs de ogen van de inktvis zijn gemaakt van pingpongballetjes, en Tim noemt de inktvis dan ook Pingeltje de octopus.
Ook ziet Tim gele, grote vissen die zichzelf gaan bakken in een koekenpan, en dan roepen ze: Wie wil er een gebakken visje? Heerlijk vers , eet U ons maar lekker op !
Maar dat vindt Tim heel raar en hij zwemt verder: hij ziet nu een enorme walvis, die aan het dansen is met een haai.
De haai draagt een hoge hoed en de walvis heeft een witte trouwjurk aan, die wel een beetje strak zit om haar grote staart.
Ook dansen er allemaal kleine visjes omheen ,die zingen: En we gaan nog niet naar huis, want de groene container is niet thuis, tralalalala.....
Dan ziet Tim opeens dat hij geen kleren meer aan heeft, hij is piemeltje-bloot.
Maar op zijn hoofd draagt hij wel dertien hoedjes en petjes: een paarse tovenaarshoed met gouden sterretjes, een koninginnehoed, een hoedje van papier, een schrik-mij-een hoedje, een hoedje zonder randjes, een Jan-met-de pet, een treurhoedje van oude lapjes, een feesthoed met een mondje die steeds "Hoera ! gefeliciteerd met mijzelf! "roept, een politiepet ,die zelf boeven kan vangen, een clownshoed waar grote bloemen uitspringen , een oude dameshoed van krokodillenleer, een doorkijkhoed van glas en een baksteenhoed, die als een schoorsteen op tim's hoofd staat:er komt zelfs rook uit, heel bijzonder!
Dan zwemt Tim plotseling niet meer ,maar loopt hij opeens over een bospad in een oerwoud met duizenden kleuren.
Het vreemde is dat de bomen niet gewoon rechtop groeien ,maar helemaal rondgebogen zijn ,waardoor het lijkt of je onder grote bogen met groene bladeren doorloopt.
En op die rondgebogen bomen dansen slingeraapjes, die elkaar voorlezen uit boekjes van de apen-bibliotheek, die allemaal over bananen en de allernieuwste slingermode gaan.
Ook groeien er prachtige paarse slingerplanten rondom deze bomen, waarvan er plotseling één Tim vastgrijpt en zich helemaal rondom Tim slingert.
Hij zit gevangen!Help! Help! Maar gelukkig is Tim helemaal niet bang.
Want nu is hij opeens een ridder met een gouden harnas , die met zijn plastic zwaard van de supermarkt de slinger doorhakt als was het een gehaktbal en ....hij is weer vrij !

Met dat plastic supermarkt-zwaard tovert Tim nu een grote slagroomtaart en hij snijdt de taart in kleine stukjes, voor alle slingeraapjes een stukje.

Maar de slingeraapjes lusten helemaal geen taart, alleen als die gemaakt is van bananenjam.

Ze pakken de stukjes taart en gooien ze in de lucht .

Stop! Stop! roept Tim, niet doen, dat is jammer van die taart!

Jullie moeten die taart opeten ,anders tover ik jullie om in feestslingers!

Maar de slingeraapjes luisteren niet en ze pakken Tim met zijn allen beet .

Dan ziet Tim , dat hij geen ridder meer is, maar dat hij een enorme banaan is geworden..

We gaan hem pellen en opeten! We gaan hem pellen en opeten! roepen de slingeraapjes.
Ze pakken Tim de reuzenbanaan stevig vast en ze klimmen hoog de bomen in.
Eén van de slingeraapjes roept: Ik begin! En hij trekt heel hard aan Tim's been.
Ho! Stop! roept Tim, dat is geen bananschil, maar dat is mijn been ! Au, au !
Hmmmm, zegt het slingeraapje, dat is duidelijk, maar jouw been lijkt ook wel een beetje op een banaan, dus eet ik die wel op!
Nee!Nee! Nee! roept Tim, blijf van mijn been af, stomme slingeraap, eet je eigen poot maar op!
En dan wordt Tim plotseling wakker: hij heeft al zijn dekens afgegooid en hij ligt bijna uit bed, zo heeft hij gewoeld en geworsteld.
Tsjonge, tsjonge, zegt Tim, wat een rare droom!
Kan het nog gekker?
Jawel hoor,Tim, het kan nog veel gekker,luister maar: want kunnen jullie nu eens een droom van jullie zelf vertellen?

Een krokodil onder het bed.

Elke avond, als Tim gaat slapen, kijkt Tim even onder zijn bed.
Want Tim gelooft dat er een krokodil onder zijn bed kan liggen, die hem op wil eten.
Mama moet er steeds om lachen en ze zegt: gekke Tim, er kan toch helemaal gen krokodil onder jouw bed liggen?
Die ligt toch veel liever in een grote waterplas te zonnen en wat zou hij moeten eten, als hij onder jouw bed zou liggen ?
Jouw pantoffels of jouw knuffeldieren misschien ?
Maar Tim gelooft mama niet: waarom zou er geen krokodil onder zijn bed kunnen liggen?
Die past er toch precies onder en de krokodil vindt het vast ook erg leuk om Tim op te eten.
Gelukkig ziet Tim nooit een krokodil onder zijn bed liggen, maar ziet hij alleen wat speelgoed dat hij kwijt was en soms een spin, die hard wegrent.
Op een dag ligt Tim weer heerlijk in zijn bed te slapen, hij heeft natuurlijk weer onder het bed gekeken en hij heeft daar alleen een oud boek van de bibliotheek gevonden.
Mama was heel blij dat Tim dat boek terug had gevonden en ze zei : Heel goed,Tim, dat boek kon ik nergens meer terug vinden, wat ben jij toch een goede speurneus!
Tim heeft al even geslapen, het is erg donker en ook papa en mama liggen te slapen in hun grote bed.
Tim wordt plotseling wakker , want hij hoort een raar geluid dat onder zijn bed vandaan lijkt te komen.
Wat is dat toch voor een geluid? denkt Tim, het lijkt wel of er iemand huilt.
Tim kruipt uit bed, hij doet zijn bedlampje aan en hij hurkt neer om onder zijn bed te kunnen kijken.
Wat hij dan ziet, is wel heel bijzonder: er zit een krokodil onder zijn bed,die huilt.
De krokodil huilt dikke krokodillentranen en de tranen hebben zelfs al een heel grote plas gemaakt, een krokodillenvijvertje.
Wat is er, krokodil? vraagt Tim, waarom huil jij?
De krokodil kijkt Tim aan met zijn grote, gele, betraande ogen en hij snikt:
Ach jongetje, ik ben mijn knuffel kwijt ! Nergens kan ik hem vinden en nu ligt hij ook al niet onder jouw bed!
Nee, zegt Tim, dat klopt, want ik had, toen ik ging slapen,onder mijn bed alleen maar een boek van de bibliotheek gevonden.
Hoe zag jouw knuffel eruit?
Het was een zebra, snikte de krokodil, met zwarte en witte strepen, en een gat in zijn buik, want daar heb ik hem gebeten.
Waarom doe je dat dan ook, gekke krokodil? zegt Tim, je mag knuffels toch niet kapotbijten?
Nee, zegt de krokodil, dat mag ook niet, dat heeft mijn krokodillenmoeder ook gezegd, maar ik had zo'n honger en krokodillen eten ook wel eens zebra's, dus heb ik toen mijn knuffel gebeten.
Domme krokodil, zegt Tim, jij bent een rare snuiter , wil je mij soms ook opeten ?
Mag dat ? zegt de krokodil zachtjes, ik zou het heel leuk vinden als ik jou mocht opeten.
Ik vind kleine jongetjes wel lekker,lekkerder dan een knuffel-zebra.
Krokootje, zegt Tim, ik vind dat geen goed idee, want ik moet morgen weer naar school, dus je mag mij niet opeten.
Maar ik heb wel een ander ideetje: je mag alle vissenvoer van mijn vis opeten.
Oh heerlijk,mag ik de vis dan ook opeten ? zegt de krokodil hoopvol, die lust ik ook wel.
Nee, zegt Tim, die vis was hartstikke duur, hij heet kromme Nelis, want zijn staart is scheef, en ik houd heel veel van hem.
Okee, okee, zegt de krokodil, geef mij dan maar wat vissenvoer.
Dat doet Tim en daarna mag de krokodil bij Tim in bed blijven slapen.
Welterusten krokodil, zegt Tim zachtjes ,en je mag mij straks niet stiekem opeten ,hoor ,als ik slaap ! Dat is ook zielig voor papa, mama en Ilse.
Dat belooft de krokodil, maar hij vraagt wel of hij dan papa of mama op mag eten,want grote mensen: die vindt hij het allerlekkerste !